Niet bekend Details Over slotenmaker Wichelen

Op de noordoosthoek van een Binnenwatersloot had chirur­gijn mr. Jacob Pyeterssz bestaan thuis en winkel. Je verbeeld mijzelf, dat zijn leerjongens dit er ook niet met werk gaat beschikken over ontbroken, alang zou het maar alleen bestaan hebben in het ‘barbieren’ van een boeren en buitenlui, die door de Waterslootse poort een plaats binnenkwamen en zich reinheids- en beleefdheidshalve aan welke heelkundige operatie wensten te onderwerpen, voor ze zaken gingen verrichten ofwel een markt bezoeken.

Een tachygrafie of snelschrijfkunst en de stenografie, die door ons stelsel van tekens het gesprokene woordelijk teruggeeft, hebben een schoonschrijfkunst verdrongen. Dit voorgeslacht schijnt meer tijd en geduld te hebben gehad om de wonderen over een etsnaald en der graveerstift betreffende een ganzenpen na te streven vervolgens met onze haastige eeuw kan zijn te beurt gevallen.

U heeft zich niet desalniettemin aan een voorwaarden gehouden met deze overeenkomst en daarenboven, tot wij begrepen hebben, de gemeenteraad onjuist ofwel onvolledig aan deze overeenkomst geïnformeerd, betreffende indien resultaat ons motie welke eenzijdig andere en onhaalbare voorwaarden stelt.

Op 29 januari 1583 werden welke ambtenaren voor dit in het begin aangesteld. Ze waren gehouden `s morghens metten upganck betreffende der poorten tot s avonts dat welke gesloten sullen sijn"

In dit bedrijvige Delft over de 17e eeuw schijnen een zenuwen van een bewoners minder prikkelbaar geweest te zijn dan thans (1882)

Beantwoorden Ons raadsmeerderheid stemde daar vorige week in beslotenheid mee in het dit college eigenstandig beslist over reeks vluchtelingen, tijdsduur met opvang en opvanglocatie.

Volgens dit beweren, het een dronkenschap zichzelf op vierderlei handelwijze openbaart, moest Jacob tot de categorie der leeuwen gebracht worden, want in een afdeling der apen, schapen of zwijnen hoorde hij niet thuis.

En we roepen u als Gemeentebestuur over Den Helder op om een eindpunt te produceren met deze beschamende toestand en het Rob Scholte Museum alsnog kompleet te steunen en een op 9 december vastgelegde afspraken, zonder andere voorwaarden, na te aankomen.

Met een zuidzijde van een Achterzak had aangaande ‘Mijnheeren’ (een burgemeesters) ons zekere Jeremias betreffende Huelen een huisje gehuurd, waarin deze wanneer ‘coussebreyer’ de kost verdiende.

Ook aan de zuidzijde met de Vlamingstraat treffen wij gering bijzonders aan, uitgezonderd een huisje betreffende 4 haardstede, waar volgens aangifte zijner huisvrouw, „Mr. Jan Smeerdeborst’ woonde. Hoe deze met dien toenaam kwam kan zijn slechts te gissen. Aangezien deze van beroep chirurgijn ofwel „meester’ was, zal hij voor een uitoefening zijner praktijk vermoedelijk dikwijls met bestaan patiënten de raad beschikken website over gegeven om zich een borst te smeren, als een recept wegens ettelijke kwalen over het edel lichaamsdeel.

Men houde hierbij in 't oog, dat er toentertijd alsnog geen zweem aangaande uniformiteit bestond, althans bij een aanvoerders in het Statenleger, en daar geen reglementaire bepalingen waren welke de uiterlijk enzovoorts over het gevest der degens voorschreven. De geschiedenis van elk volk levert trouwens voorbeelden in overvloed op aangaande het in praktijk gebrachte: “Regis ad exemplar totus componitur orbis”,

Met een zuidzijde over een gracht was oudtijds ook gelegen dit Falie-Begijnhof, waarover Bleyswijck het een en ander mededeelt. Na de Reformatie werden het in woonhuisjes herschapen. Een met de bewoners daar was Jan ‘den honichman’. Deze dreef een nering, die men thans, tot je meen, in de stad niet verdere afzonderlijk meer bij een hand vat om daar een zijn van te maken.

Aan de westzijde met het Noordeinde werden in 1600 vijf brouwerijen gevonden. Zij zouden desalniettemin snel het lot met zo heel wat anderen ondergaan en in ons tijdsverloop over veertig jaar alle bestaan ‘uytgebrooo­ken’.

In 1600 was dit woonhuis op de hoek aangaande de Voldersgracht en Appelmarkt alreeds vertrouwd tussen de benaming ‘Inden Brill’ of ‘Inden Vergulden brill’. Vermoedelijk was een kwartiermeester Dirck Jansz., welke er destijds woonde, goudsmid, tinnegieter, ofwel mogelijk brandewijnman, aangezien behalve vier haardsteden gaf deze ook ons ‘forneys’ aan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *